2 April 2026

De spanning van het gieten 

Reflections is een serie interviews waarin we ieder kwartaal terugblikken met een adviseur voor metaal, glas, grafiek of CAD/CAM. Bijzondere projecten passeren de revue. We krijgen meer inzicht in bepaalde technieken. En we horen meer over wat adviseurs nu echt belangrijk vinden in het maken. We trappen af met Rino Sijen, adviseur Metaal. 

Tekst: Pleuni van Keulen
Fotografie: Ruud Hermans

Unieke werken 
Al jaren stimuleert Rino makers om meer unieke werken te maken. Dat betekent van begin tot einde ter plekke je werk maken, zonder vooraf te modelleren met andere materialen. Rino legt uit wat hij daar zo mooi aan vindt.Op het moment dat je maar één mogelijkheid hebt het ‘goed’ te doen, ontstaat een bepaalde spanning. Je hebt meer focus, en doet beter je best. Een mooi voorbeeld is het project van Dieke Venema. Zij maakte een uniek beeld direct uit was. Als je dit beeld vervolgens giet volgens de verlorenwastechniek, oftewel cire perdue, heb je echt maar één kans. En als dat dan goed gaat, heb je dus ook slechts één exemplaar van je beeld. 

Zoeken naar oplossingen die passen 
Dieke Venema had 5 maanden voor haar project. Eerder was zij al eens resident, ze is heel ervaren. Voor haar recente werk maakte ze onder andere een papier-maché model. En dat geeft risico’s, vertelt Rino: “De kans bestaat dat asresten achterblijven in het gietsel. Daar kunnen we weinig aan doen. Dus maken we gaten in de gietmal. En door die gaten blazen en zuigen we de as eruit.” Zo is het soms zoeken naar oplossingen die passen bij het experiment. 

Dieke Venema
Dieke Venema

Eigen leerproces
Voor Rino zelf is het werken met de kunstenaars soms ook een leerproces. “Met Dieke heb ik samen uitgediept hoe we het werk moesten aanpakken. Zo ontdek je dan dat dingen toch gewoon haalbaar zijn. Ik had een soort idee in mijn hoofd over hoe het gemaakt moest worden. En zij heeft het uitgevoerd. Daarin zat voor ons beide technisch gezien een leercurve.

De grens van wat wel en niet kan
Dieke zocht de grens op van wat wel én niet kan. Mooi en spannend volgens Rino. “Veel goed werk kun je pas maken op die scheidslijn. Is alles technisch helemaal in orde, dan wordt het zoals bij een industrieel gieter. Wij maken andere keuzes, meer op het randje. Dat levert de interessantste projecten op, vind ik.”

Niet meteen groots uitpakken 
Ervaren kunstenaars die bezig zijn in de werkplaats inspireren ook andere makers, ziet Rino. “Je ziet iemand werken met een bepaalde techniek, en neemt dat dan over. Kevin Kim bijvoorbeeld zag Dieke met haar grote werk. Hij begon zelf met een model van zo’n 20 x 30 cm te werken. En vervolgens kwam hij terug met een grote versie ervan. Maar dat bleek toch een stuk lastiger, dus die zakte daarna in. Mensen willen sowieso graag steeds groter werken, volgens Rino. “Toch is dat niet per se de weg. Kunstenaar Müge Yildiz goot bijvoorbeeld een houten dierfiguur om in aluminium via een mal van samengeperst zand. Maar die brak meerdere malen vanwege de grootte. Je leert dan dat het soms handiger is om eerst een kleine versie te maken en niet meteen groots uit te pakken. 

Lieve van den Bijgaart

Haalbare maten voor ervaren makers 
Er zit een technisch maximum aan het materiaal. Brons is zwaarder dan aluminium, en dat gewicht is van invloed op het ontwerp en het gietproces. Zwaarder materiaal zet meer druk op de mal, waardoor die sneller bezwijkt. Het formaat speelt daarin ook een rol, meer materiaal betekent immers meer gewicht. Rino vertelt: “Technisch gezien is 2,50 meter haalbaar, maar dat past niet in onze oven. Ik zou niet hoger gaan dan 1,40 meter, en dan alleen als je een ervaren maker bent. Voor een eigen project heb ik hier nu 1,70 meter staan, en als ervaren gieter moet ik echt mijn best doen en volle concentratie hebben. Dus ik snap heel goed dat makers hierin fouten maken en de mogelijkheden van het materiaal onderschatten. Zulke grote maten zijn extreem risicovol. De ondergrens om te gieten bij Make? Die is 10 centimeter, kleiner wordt het niet.

Dieke Venema

Kennis van het gietproces
Niet iedere maker heeft evenveel achtergrondkennis van en vaardigheid in gieten. En dat hoeft ook niet. Die ervaring kun je immers opdoen, en dat levert veel op volgens Rino. “Het biedt extra mogelijkheden in je werk en je kunt daarin echt een ontwikkeling doormaken. Je weet bijvoorbeeld ook waar je delingen het mooiste kunt maken. En wat wel en niet maakbaar is voor een gieterij. Dit gaat in de praktijk namelijk nogal eens mis. In de commerciële gieterijwereld is regelmatig wrijving tussen kunstenaar en gieter. Dan is het wasmodel niet van de juiste dikte of valt het uit elkaar. De gieter moet dit vervolgens oplossen en de kunstenaar is niet blij met het resultaat.” 

Eerste keer
Rino geniet net zo goed van het werken met minder ervaren makers. “Het hoeft ook niet altijd ingewikkeld te zijn. Heel leuk vond ik het werk van Arne Nys. Hij kwam met een kleimodel, waarvan hij eerst een siliconen- en vervolgens een zandmal maakte. En hij deed 2 kleine experimenten van linosnedes in aluminium. Dat soort gutsmethodes lenen zich goed om te gieten. Zijn werk kwam er ook heel goed uit en hij was ontzettend blij met het metalen object, dat hij wil presenteren als schilderij. Kijk, normaal gaan mensen naar een gieterij en geven dan alles uit handen. Arne deed het zelf, het was voor hem de eerste keer, en daarmee ook een onderzoek,” vertelt Rino.

Alles verknallen 
Het gieten is maar klein stukje van proces. Rino vertelt: “Van begin tot einde kun je nog alles verknallen. Ook op het allerlaatste moment bij het inklemmen van de gietmallen kan het helemaal misgaan. Bijvoorbeeld wanneer je te veel of juist te weinig druk zet. Alle energie die je erin stopt, moet er ook uit komen. En 9 van de 10 keer zie je dat het ook zo werkt. Maar dat hoeft allemaal zeker niet perfect te zijn. Rino: “Ik hou ook ervan als mensen eigenwijs zijn en slordig. Dat is ook supergoed, dan ga je ook op dat randje zitten. Soms past het ook bij het werk, dat heeft ook charme!”

Anna Bierler

Experimenteren, onderzoeken, mislukken
Bij Make draait het om experiment en onderzoek, en ‘mislukken’ is daar ook een onderdeel van. Een verschil tussen Make en een commerciële gieterij. Rino: “Daar maakt een kunstenaar eerst een model in gips of rubber en vervolgens 10 wasmodellen, die allemaal gegoten worden. Kijk, ik vind dat minder charmant. Want als er een mislukt, giet je gewoon een andere. Als je maar één kans hebt, is je focus veel beter. Je gaat toch meer je best doen. En ik vind het mooi als dat lukt! Dit neem ik ook mee in mijn advies, ik wil dat unieke werk stimuleren. Een tijdje terug waren 4 mensen freehand – zonder model vooraf – aan het werk aan één tafel, geweldig!”

Tijd nemen om de techniek in te duiken
Een ander project dat Rino opviel was dat van Laura Papke. Rino: “Laura is bezig met kelkvormen, gemaakt door was over klei heen te kwasten. Zo maakt ze een uniek object. Laura volgt een lang onderzoekstraject voor haar werk. Dat maakt ze helemaal zelf en het is ook voor het eerst dat ze dat doet.” Net als Laura heeft ook Ricardo van Eyk veel tijd. Hij werkt aan een soort bijenkorfachtige vormen, vertelt Rino. “Ricardo zoekt naar wat mogelijk is binnen de techniek en gebruikt ook andere materialen om het model uit de mal te verbranden. Als mensen zo echt de techniek induiken, is dat een verademing. Met een krappe deadline lukt dat moeilijk. Meer tijd geeft dan rust om te plannen, om verder te onderzoeken en te verdiepen.”